Home

Diensten

Trainingen

Referenties

Mensen

Contact

Nieuws


Theorie

Methode

Enquete

Boeken

Vitrine

Links

 

 


Methode voor organisatie- en informatiearchitectuur

Inhoud:
Standaard methoden

Eigen AHA methode
Denkwijze
Werk, communicatie en besturingswijze
Producten
Hulpmiddelen
Toepassingswijze

Rendement

Standaard methoden

Dekker, Morsink & Partners maakt gebruik van methoden en raamwerken van diverse partijen. Voorbeelden zijn:

Klik hier voor een korte beschrijving van deze methoden en raamwerken.

Eigen AHA methode

Indien gewenst kunnen wij ook onze eigen methode voor organisatie- en informatiearchitectuur inzetten. Deze methode wordt AHA genoemd, Architectuur vanuit een Holistische Aanpak. Het doel van het werken met of onder architectuur is het verschaffen van inzicht. Wij proberen met onze methode zoveel mogelijk inzicht en AHA erlebnissen te genereren. Hieronder worden deze methode kort uitgelegd. Klik hier voor een uitleg van de onderliggende theorie.

Algemeen bestaat een methode uit de volgende onderdelen:

  • een denkwijze (meta-schrijfwijze, meta-producten of concepten);
  • een werkwijze;
  • een toepassingswijze (meta-werkwijze);
  • producten;
  • hulpmiddelen (tools).

Denkwijze

Binnen de methode wordt een holistische kijk op architectuur gehanteerd. Dat betekent dat zoveel mogelijk de voor het doel relevante invalshoeken gecombineerd worden. Waar nodig wordt gewerkt met verschillende scenario's ter ondersteuning van de besluitvorming. Bij het identificeren en uitwerken van de benodigde architectuur producten wordt gebruik gemaakt van een multidimensionaal raamwerk waarbinnen o.a. gebruik gemaakt wordt van:

  • de generieke strategieen van Porter (kostenleider, differentiatie (productleider), focus (kostenfocus, differentiatie focus))
    uitgebreid met klantintimiteit (Treacy & Wiersema) en plaatsleider (van onszelf),
  • het waardesysteem van Porter (voor organisatie, omgeving en individuen),
  • de vijf architectuur aspecten functie, constructie, ervaring, leven en ontwikkeling (zie theorie),
  • de vijftien properties of nature van Alexander (zie theorie),
  • de vijf kleuren van De Caluwe,
  • de negen organisatie aspecten (zie theorie),
  • de vijf organisatietypen van Mintzberg;
  • modellen voor statusbepaling en kwaliteit, zoals INK en CMM,
  • de space of flows van Castells (netwerkinfrastructuur, plaatsen, mensen),
  • de veranderpatronen van Hofman.

Voorbeelden voor het analyseren van een organisatie:
Met behulp van de generieke strategieen en het waardesysteem van Porter wordt gezocht naar de essentie van de functie of het bestaansrecht van een organisatie. Met behulp van de acht organisatie aspecten en de organisatietypen van Mintzberg kan de constructie beschreven worden. De vijftien properties of nature van Alexander en de vijf kleuren van De Caluwe zijn nuttig bij het analyseren van de ervaring en cultuur in een organisatie. Gekoppelde aspecten uit functie, constructie en ervaring zoals bijvoorbeeld waardeketens in een netwerk (network value chain) en de space of flows kunnen gebruikt worden om leven te beschrijven. Ook kan daarvoor gebruik gemaakt worden van kwaliteitsmodellen zoals INK of Six Sigma. De veranderpatronen van Hofman kunnen gebruikt worden om de ontwikkeling te beschrijven.
 
Sterk vereenvoudigd weergegeven in een schema:




Een belangrijk begrip binnen de methode is alignment of synchronisatie. De verschillende weergaven van de gewenste architectuur moeten gesynchroniseerd worden, op basis van de inzichten die zijn verkregen uit de verschillende weergaven. Dat is de doel van het werken met architectuur: door gecontroleerde ingrepen meer bereiken dan met een strikt organisch proces mogelijk zou zijn geweest. Zonder dit heeft architectuur geen meerwaarde.

Werk, communicatie en besturingswijze

Voor het bepalen van de status in uw organisatie en vanuit daar uitbouwen van de architectuur processen en producten in uw organisatie hebben wij uitgebreide stappenplannen klaarliggen. Onze insteek daarbij is het beperken van onze inbreng en het zoveel mogelijk gebruik maken van de (vaak onderschatte) eigen kracht van de organisatie.

Er wordt gewerkt met architectuur weergaven op verschillende abstractie niveaus en in verschillende fasen. Zo worden het strategisch, tactisch en operationeel abstractie niveau onderscheiden. Op strategisch niveau wordt een organisatie als geheel beschouwd en wordt naar algemene trends gekeken. Op tactisch niveau kijken we naar programma's en projecten. Op operationeel niveau wordt gekeken naar individuele architectuurproducten. Belangrijk is de verbinding tussen de verschillende abstractieniveaus. Een hoger abstractie niveau geeft richtlijnen voor een lager abstractie niveau. De richtlijnen moeten duidelijk richting geven aan de verdere uitwerking. Op die manier moet de verbinding tussen high level strategie van het bedrijf en technische ICT keuzes duidelijk zichtbaar zijn. Een combinatie van ervaring en overzicht en technische kennis is voor ons dus essentieel.

Indien gewenst (bijvoorbeeld omwille van tijd en geld) kan afgeweken worden van de richtlijnen. Dit wordt in andere methoden ook wel werken zonder architectuur genoemd. Het gaat echter om gecontroleerd afwijken van de daarvoor gedefinieerde richtlijnen, dus wel degelijk om werken onder architectuur. Ook kunnen ervaringen uit een lager niveau leiden tot het aanpassen van de richtlijnen van het hogere niveau. Op deze manier wordt beheerst omgegaan met architectuur, en wordt architectuur geen doel maar blijft het een middel.
 

Multidisciplinaire architectuur teams

 

Wij geven de voorkeur aan multidisciplinaire architectuur teams. Hierin vertegenwoordigen verschillende mensen hun eigen discipline en identiteit. Samen zijn zij verantwoordelijk voor het totale architectuur proces en de binnen dit proces gemaakte producten. De combinatie van verschillende invalshoeken moet leiden tot een collectief hoger niveau. Een van de mensen van dit team kan als meewerkend voorman of lead architect optreden. Voorkomen moet worden dat 1 mens de wijsheid in pacht moet hebben. Was dat al mogelijk dan zou het meestal toch niet worden geaccepteerd.

Producten

Door onze ervaring kunnen we putten uit een grote verzameling architectuur producten. Vanuit deze voorbeelden en afgestemd op de specifieke situatie zullen we steeds weer trachten de benodigde producten te identificeren en vorm te geven. Creativiteit staat daarbij hoog in ons vaandel. Bij elke producten definieren wij steeds de context van het product in de zin van:

  • Doel
  • Doelgroep
  • Betrokkenen en belang
  • Invalshoek
  • Scope, objecten en relaties
  • Abstractieniveau
  • Kwaliteit
  • Vorm
  • Planning
  • Houdbaarheid

Deze producten kunnen dus sterk varieren in abstractieniveau. Van globale strategische schetsen tot gedetailleerde datamodellen. Juist het combineren en verbinden van deze abstractieniveaus is de meerwaarde van het werken met en onder architectuur.

Hulpmiddelen

De hulpmiddelen die wij gebruiken verschillen sterk per organisatie en project. Soms complexe hulpmiddelen, maar wij kunnen ook prima uit te voeten met de standaard Office producten.

Toepassingswijze

Wij zijn momenteel bezig met een onderzoek naar de toepassing van architectuur en architectuur methoden op het gebied van ICT. Zie ook de enquete.

Rendement

Sleutelwoord binnen onze methode is rendement. Van alle architectuur proces stappen en producten moet vooraf duidelijk zijn wat de te verwachten opbrengst is, en wat de kosten mogen zijn. Achteraf moeten deze kosten en opbrengst beoordeeld worden. Deze continue dialoog over de meerwaarde van architectuur moet er voor zorgen dat architectuur veel meer oplevert dan hij of zij kost. Dit blijkt in de praktijk geen zware opgave. Door de goede dingen goed te doen kan in een organisatie veel geld en tijd worden bespaard.

2009 Dekker, Morsink & Partners