Home

Diensten

Trainingen

Referenties

Mensen

Contact

Nieuws


Theorie

Methode

Enquete

Boeken

Vitrine

Links

 

 


Theorie

Door: Bert Morsink

(always under construction)
Dit stuk
is bedoeld ter discussie. U kunt uw ideeen of opmerkingen mailen naar:
info@dekkermorsink.nl

Waar mogelijk zijn de bronnen opgenomen. Zie ook de boekenlijst.  

Inhoud:
Wat is architectuur?
Architectuur aspecten
Wat is informatiearchitectuur?
Wat is werken onder en met architectuur?
Informatiearchitectuur raamwerken
Identiteiten
Patronen
Architectuur, van niets naar alles en terug
Waarom en wanneer architectuur?
Trends in de wereld(economie)
Veranderingen in organisaties
Eigenschappen van 'goede architectuur'
Aanpak
Holistische en scenario gebaseerde architectuur aanpak
Groei
De architect en de manager
Multidisciplinaire architectuur teams
Creativiteit van de architect
Technische kennis van de architect
 

Wat is architectuur?

Er wordt veel gesproken over architectuur in het algemeen en informatiearchitectuur in het bijzonder. Een goede definitie is echter moeilijk te vinden. Dit komt voor een belangrijk deel doordat het subjectieve begrippen zijn waarvan de invulling afhankelijk is van de persoon en de interpretatie. Definities leiden dan ook al snel tot kringverwijzingen met abstracte begrippen. Desondanks vind ik een definitie belangrijk als basis voor het werken met architectuur. Daarom heb ik, door het combineren van verschillende invalshoeken, de volgende definitie opgesteld:

Architectuur is:

de objectieve essentie van een object in haar context;
de subjectieve beleving en weergave van deze essentie;
het proces van vorming en hervorming van de essentie.

Hierin:

Hebben object en context hebben een dynamische verhouding tot elkaar.
Omvat essentie de vijf architectuur aspecten: functie, constructie, ervaren, leven en ontwikkelen.

Dit kan gezien worden als een uitbreiding op de definitie van IEEE 1471, gecombineerd met ideeen van onder andere Christopher Alexander. Alexander heeft een uitstekende poging gedaan objectieve essentie te beschrijven in zijn boekenserie The nature of order. Een aanrader!

Ook in deze definitie schuilt het gevaar van een kringverwijzing met abstracte begrippen. Deze definitie van architectuur is gedeeltelijk gebaseerd op het begrip essentie. Maar bij het begrip essentie hebben we meestal wel een voorstelling. Van Dale omschrijft essentie als de geestelijke kern.

Ik zie architectuur als een combinatie van materie, resultaat en proces. Belangrijk in de definitie is de toevoeging van subjectiviteit. Omdat wij de objectieve essentie niet of nauwelijks kunnen vatten, is architectuur altijd subjectief. De objectieve essentie kan wellicht wel benaderd worden door subjectieve weergaven vanuit verschillende perspectieven te combineren. In wezen is dat de kern van wat architecten doen, objectieve essentie proberen te benaderen door middel van verschillende subjectieve weergaven.

Architectuur aspecten

In de klassieke literatuur wordt vaak gesproken over drie architectuur aspecten: functie, constructie en beleving. Deze zijn nog steeds bruikbaar bij het werken met architectuur. Beleving zou ik hierbij alleen algemener willen interpreteren door het begrip ervaring te gebruiken, een combinatie van ratio en emotie. Naast deze meer statische architectuur aspecten onderscheid ik ook twee dynamische architectuur aspecten: leven en ontwikkeling. Leven geeft aan dat het geheel meer is dan de som van de delen. Voor een uitstekende beschrijving van het aspect 'leven' verwijs ik naar Christopher Alexander, The nature of order. Hij formuleert de volgende hypothese rondom dit begrip: A general condition which exists, to some degree or other, in every part of space: brick, stone, grass, river, painting, building, daffodil, human being, forest, city. And further: The key tot this idea is that every part of space - very connected region of space, small or large - has some degree of life, and that this degree of life is well defined, objectively existing, and measurable.

Deze vijf aspecten

  • functie            (waarom en wat),

  • constructie     (hoe en waarmee),

  • ervaring,

  • leven,            

  • ontwikkeling   (historie/heden/toekomst)

vormen een generieke indeling die we in allerlei vakgebieden tegenkomen: vijf basisthema's in de psychologie, vijf kleuren in verandermanagement van De Caluwe, vijf organisatietypen van Mintzberg in de organisatiekunde etc.. Deze indelingen zijn grotendeels terug te voeren op de vijf architectuur aspecten.

Wat is informatiearchitectuur?

Hoe kunnen we deze vertalen naar de digitale wereld:

Object kan worden vervangen door systeem. Deze term wordt meer gebruikt binnen ICT,  maar in wezen is er nauwelijks verschil.
Het systeem is in dit geval het informatie (aspect)systeem;
De context is de organisatie en haar omgeving.

Daaruit volgt:

Informatiearchitectuur is:

de objectieve essentie van het informatie systeem van een organisatie in haar omgeving;
de subjectieve beleving en weergave van deze essentie;
het proces van vorming en hervorming van de essentie.

In wezen is de term informatiearchitectuur niet correct, maar een inkorting van informatiesysteem -, informatievoorzienings - of informatiekundige architectuur. Informatievoorzieningsarchitectuur wordt bijvoorbeeld gebruikt door Boterenbrood e.a.. Ik geef zelf licht de voorkeur aan informatiesysteemarchitectuur, waarbij systeem ruim opgevat moet worden als alles wat te maken heeft met informatie binnen en buiten een organisatie. Door een volledige term te gebruiken wordt ook duidelijker dat zowel informatie als informatietechnologie worden omvat. In de praktijk worden deze architecturen nog wel eens los van elkaar uitgewerkt.
Klik hier voor andere definities van informatiearchitectuur.

Wat is werken onder en met architectuur?

Alles heeft dus architectuur. We kunnen net zo goed spreken van de architectuur van een stoel als die van een gebouw of informatiesysteem. Het verschil tussen de begrippen architectuur en ontwerpen zit hem met name in het al dan niet beschouwen van het geheel en andere objecten binnen dat geheel. Bij ontwerpen wordt het object of systeem zelf bekeken. Bij architectuur wordt zowel het object als het object in de context als de wisselwerking met andere objecten bekeken. We hebben het dus over de architectuur van de stoel, het gebouw of het informatiesysteem wanneer de wisselwerking met de omgeving en andere objecten in die omgeving ook meegenomen wordt. Binnen de ICT zien we dat bij het beschouwen van de architectuur van het informatiesysteem vaak wel gekeken wordt naar de wisselwerking van met de omgeving (vaak met een verwarrende term business genoemd), maar de wisselwerking met andere systemen binnen die omgeving wordt vaak buiten beschouwing gelaten. Strikt genomen zouden we dan in veel gevallen niet moeten spreken van architectuur, maar van ontwerpen. In wezen is dat in de bouwwereld niet anders.

Informatiearchitectuur raamwerken en aspectsystemen

Informatiearchitectuur raamwerken geven houvast in de producten en de processtappen bij het werken met architectuur. Voorbeelden van bekende raamwerken zijn TOGAF, IAF, Zachman, DYA, March, Archimate. De vijf architectuur aspecten die ik hiervoor gedefinieerd heb zien we in de meeste informatiearchitectuur raamwerken terug op een van de assen. De andere as in deze raamwerken wordt vaak gevormd door verschillende aspectensystemen, zoals business/informatie/technologie. Over het algemeen is deze indeling sterk ICT gericht. Een meer algemene indeling van aspectsystemen in een organisatie wordt weergegeven door de letters
COPAFIJTH:

C   Commercie
O   Organisatiestructuur
P    Personeel
A   Administratie
F    Financien
I     Informatievoorziening en communicatie
J    Juridische aspecten
T   Technologie
H   Huisvesting

Persoonlijk vind ik dit een wat ongelijksoortige indeling. Een minder uitgebreide maar zeker niet minder doeltreffende indeling is die in de kapitaalgoederen van een organisatie:

  • De drie klassieke:
    Mens
    Machine
    Kapitaal

  • Tegenwoordig wordt vaak als 4e toegevoegd:
    Informatie


Ik heb de verschillende invalshoeken gecombineerd tot de volgende indeling van organisatieaspecten:

Input/output:

  • Geld                                     (kapitaal)

  • Services                               (producten en diensten)

  • Informatie                             (incl. kennis, content)

Context

  • Mensen                                 (werknemers, stakeholders)

  • Techniek                               (machines, systemen)

  • Ruimte                                  (digitale en fysieke huisvesting)

  • Relaties                                 (netwerk)

  • Afspraken en belangen          (imago, contracten, SLA's)

Processen

We moeten in principe alle 9 hoofdaspecten beschouwen wanneer we de architectuur van een organisatie beschouwen. Alleen dan kunnen we iets zeggen over het systeem als geheel, en kunnen we spreken van een zogenaamde enterprise architectuur. Er wordt nog erg weinig gewerkt met het combineren van deze uiteenlopende aspecten in een architectuur weergave, en (enterprise) architectuur wordt nog te vaak beschouwd als een ICT aangelegenheid.

Een aspect kan weer uit deelaspecten bestaan. Technologie betreft bijvoorbeeld de ICT middelen. Die kunnen weer worden opgedeeld in business software, werkplek sofware, middleware, operation systems, infrastructuur. Informatievoorziening en communicatie kan worden opgedeeld in informatie, gegevens, processen en functies. Ook van deze deelaspecten kunnen we de architectuur weergeven.

We krijgen dus de volgende abstractielagen:

  • Organisatie als geheel

  • Bovengenoemde 9 hoofdaspecten

  • Deelaspecten van deze 9 hoofdaspecten

De hoofdaspecten zijn een onderverdeling van de constructie van een organisatie. De matrices van veel architectuur raamwerken zorgen door hun twee dimensionale opzet met de aspectsystemen op een as voor een nadruk op de opdeling in aspectsystemen en de IT gerelateerde aspecten. Een multidimensionale opzet past beter bij de complexiteit van de materie. Zie ook onze AHA methode.

Organisatieonderdelen (subsystemen) en identiteiten

Omdat de verschillende onderdelen van een organisatie vaak niet strikt te scheiden zijn is het beter te spreken van identiteiten. Een organisatie bestaat uit verschillende identiteiten die naast en door elkaar bestaan, elk weer te beschouwen als systeem met hun eigen essentie en architectuur. Identiteiten kunnen op elkaar inwerken en weer nieuwe identiteiten vormen. Een identiteit kan worden gezien als een toepassing van het concept 'center' van Alexander op organisaties en mensen, en systeem een meer wiskunde benaming van zijn concept 'whole'. Met deze verruiming zijn de concepten van Alexander ook bruikbaar voor organisaties en digitale werelden. Jaap van Rees gebruikt voor de wholes binnen het informatiesysteem de term informatieruimten.

Patronen

Omdat een systeem bestaat uit co-identiteiten is het weergeven van architectuur meer dan het mechanistisch assembleren van onderdelen tot een geheel. Om te komen tot een 'goede' architectuur kan bijvoorbeeld gebruik gemaakt worden van patronen of patterns. Onbewust wordt dat ook vaak gedaan. Service Oriented Architecture is een voorbeeld van zo'n patroon. Boterenbrood e.a. constateren bijvoorbeeld de volgende architectuur patronen:

  • Stovepipe architectuur

  • Ravioli architectuur

  • Caterpillar processing

  • Infrastructure dynamics

Binnen de software ontwikkeling wordt al geruime tijd gebruik gemaakt van zogenaamde design patterns. Een patroon vormt een classificatie of richtlijn en mag nooit doel op zich worden.
 

Architectuur, van niets naar alles en terug

De door mij gehanteerde definitie van architectuur geeft aan dat er altijd architectuur is. Elk object en elk systeem heeft architectuur. De kreet "werken onder architectuur" leidt snel tot het gevoel dat er zonder gedetailleerde beschrijvingen en gestructureerde aanpakken geen architectuur is. Die opvatting wijs ik dus van de hand. Ook zonder gedetailleerde beschrijvingen en gestructureerde aanpakken zijn er objecten en systemen, worden ze beleefd en zijn ze aan verandering onderhevig. Architectuur als product en proces komt vooral om de hoek kijken wanneer een object of systeem gevormd of hervormd moet worden, of juist haar essentie moet behouden in een veranderende omgeving. Architectuur heeft dus altijd een doel, en heeft daardoor in wezen ook iets tijdelijks. Een kort en intensief proces waarin allerlei samenhangende beschrijvingen worden opgeleverd die inzicht verschaffen voor de beslissingen die genomen moeten worden om het gewenste doel te bereiken.  Nadat deze beslissingen genomen zijn zullen de architectuur producten en processen op hun bestaansrecht beoordeeld moeten worden. Zo kan het dus gebeuren dat architectuur steeds weer verschijnt en verdwijnt in organisaties. Wat mij betreft volledig verklaarbaar en legitiem.

 

Waarom en wanneer architectuur?
 

Er wordt in de ICT wereld veel over architectuur gesproken en geschreven. Daardoor ontstaan enigszins overspannen verwachtingen die niet waargemaakt kunnen worden. Dat leidt uiteindelijk tot imagoverlies van architectuur en architecten. Binnen organisaties hebben we te maken met een continue stroom van verbeteringen en veranderingen. Verbetering zijn meer oppervlakkig, veranderingen meer structureel van aard. Verbeteringen voltrekken zich meestal organisch. Werken met en onder architectuur kan een meerwaarde hebben wanneer op dit gebied al een voldoende niveau binnen een organisatie is bereikt. Meer structurele veranderingen vragen echter om een iets andere aanpak. Het organisch proces volstaat vaak niet volledig. Er zijn zorgvuldig gedoseerde structuur interventies nodig. Om te kunnen bepalen welke interventies nodig zijn en de effecten ervan te kunnen meten is een inzicht nodig dat de dagelijkse  operatie overstijgt. Om dit inzicht te verkrijgen zal op een of andere wijze met architectuur en (in)zichten worden gewerkt. Soms expliciet en in alle delen van de organisatie, soms impliciet en alleen binnen het topmanagement. Architectuur zorgt in wezen voor het expliciet en daardoor bespreekbaar maken van de inzichten die nodig zijn om bepaalde keuzes te kunnen doen. Boterenbrood noemt het een scharnierfunctie.

 

Trends in de wereld(economie)

 

Verder signaleren we als algemene trend in de wereld(economie) de steeds verdergaande ontwikkeling van het individu en netwerken van individuen in de globale wereld. Een goed boek over dit onderwerp is The world is flat van Thomas Friedman. Oorzaak, gevolg, tijd en plaats doen steeds minder ter zake. De continue hoge snelheid wordt steeds minder voelbaar, fluctuaties des te beter. In wezen hebben we te maken met een soort nieuwe relativiteit (denk aan Einstein), waarbij:

energie van een object in het netwerk = de waarde van het object  x  exponent(de maximale snelheid).

Hierin wordt de massa van een object door zaken als imago, prijs, relevantie, actualiteit en wordt de maximale snelheid in een netwerk bepaald door het aantal relaties (K factor, zie o.a. Homan) en de dynamiek (R factor) in een netwerk. Wanneer een object energie opneemt, dan neemt de waarde toe maar wordt het minder gemakkelijk te versnellen. De halfwaardetijd is dus groot, energie gaat ook snel weer verloren. Op deze manier zijn er meer parallellen te trekken tussen de relativiteitstheorie van Einstein en de energie van objecten in netwerken. Zie ook Wikepedia. Wellicht dat in de nabije toekomst meer onderzoek verricht zal worden naar het kwantificeren van energie in netwerken.

Organische kennis(sen)netwerken zijn hierdoor sterk in opkomst. Denk aan Hyves, Wikepedia en Second life. Granovetter omschreef lang geleden al de kracht van zwakke verbindingen in een sociaal netwerk. De virtuele wereld wordt steeds meer onderdeel van de 'echte' wereld totdat er in wezen niet meer gesproken kan worden van een virtuele wereld. Inzicht in de patronen binnen en buiten organisaties is van essentieel belang om te overleven in deze nieuwe wereld. Het belang van informatie en informatietechnologie in dit alles zal niemand ontgaan. Daarom is onze verwachting dat het belang van architectuur in de komende jaren sterk zal toenemen, zij het in een meer organische vorm dan zoals het vak nu vaak bedreven wordt.

 

Waar Treacy & Wiersema nog spraken van 3 kernstrategieen van organisaties (kostenleider, productleider, klantintimiteit) zien we dat bedrijven steeds meer heel bewust deze strategieen moeten varieren over product/marktcombinaties. Zo komt het steeds meer voor dat producten in een aantal verschillende varianten worden aangeboden: standaard, trendy, op maat etc.. De klant kan dus zelf kiezen hoe diep de relatie met de leverancier gaat, en letterlijk alles heeft zijn prijs.

In deze netwerkeconomie zullen bedrijven niet voldoende meer hebben aan hun eigen specialisaties. Ze zullen samen met klanten en leveranciers specifieke toepassingen moeten uitwerken. Dit noemen we codifferentiatie. Denk bijvoorbeeld aan de succesverhalen van de Senseo en de Beertender.

 

Langzaam maar ontwikkeld zich een globale afhankelijkheid en zullen fluctuaties op lokaal niveau elkaar gaan beinvloeden. Daardoor neemt de kans op zowel balans als onbalans toe. Gebeurtenissen die een groot deel van de wereld raken of de angst daarvoor kunnen snel voor een globale kettingreactie zorgen. Denk bijvoorbeeld aan de aanslagen op 11 september. Grote verschillen in rente, economische groei, ontwikkeling etc.. zullen steeds van tijdelijke aard zijn. De wetten van de remmende voorsprong en de stimulerende achterstand zullen weer relatief snel voor een globale balans zorgen.  Een voorbeeld daarvan is de actuele financiele crisis.
Bij dit alles is informatie steeds een belangrijke activerende of dempende factor.  

 

Veranderingen in organisaties

 

Thijs Homan concludeert in zijn boek over organisatiedynamica dat veranderingen elkaar snel zullen blijven opvolgen. Zijn inleiding heet ook heel treffend: En bij welke reorganisatie werk jij? Hij geeft ook duidelijk aan dat het verbinden van strategie en uitvoering van groot belang is. Bruikbaar voor het werken met architectuur is verder zijn opdeling van veranderingen in twee dimensies:

  • gepland versus spontaan

  • monovocaal versus polyvocaal

Het nut en belang van architectuur hangt af van deze dimensies van de verandering. Tenslotte beschrijft Homan architecturen voor emergentie:

  • vergroten van ambiguiteit

  • herstellen van social fabric

  • veranderen van topografische kenmerken van de interactiestructuur van de organisatie

  • fanning

  • vernieuwing borgen in formele organisatiekenmerken

Eigenschappen van 'goede architectuur'
 

Welke eigenschappen kenmerken nu een 'goede' architectuur, voor zover dit kwalificeerbaar is? Alexander heeft een lijst van vijftien 'properties of nature' opgesteld:

  • Levels of scale

  • Strong centers

  • Boundaries

  • Alternating repetition

  • Positive space

  • Good shape

  • Local symmetries

  • Deep interlock and ambiguity

  • Contrast

  • Gradients

  • Roughness

  • Echoes

  • The void

  • Simplicity and inner calm

  • Not-seperateness

Binnen de ICT zien we de sterke neiging tot een focus op slechts enkele van deze eigenschappen. Good shape, gradients, simplicity and inner calm en non-seperateness worden vaak tot doelstelling verheven. De vijftien eigenschappen samen beschrijven vaak veel beter de ervaring van de werkelijkheid op het gebied van ICT. De eigenschappen van Alexander zijn dus zeker bruikbaar binnen de ICT.

 

Groei


Belangrijk bij het werken met architectuur is het denken in groei. Dat zien we ook duidelijk terug in het werk van Alexander. Binnen de ICT wordt vaak gewerkt vanuit de perceptie van de maakbare wereld. Dat is slechts ten dele waar. Tijdens het maken van een nieuwe wereld zal de oude wereld doorgaan met veranderen. Nadat een deel van een nieuwe wereld tot leven is gebracht zal dit deel zich gaan ontwikkelingen en zullen volgende delen minder aansluiten dan op de tekening het geval was. Ontwikkelingen zullen vrijwel nooit tot een versimpeling leiden, maar veelal richting een situatie waarin we de proporties van Alexander zullen herkennen. Tenslotte werken we altijd vanuit een subjectieve perceptie, en er zal altijd verschil zijn met hoe de zaken daadwerkelijk zijn.

Denken in identiteiten of centers, en deze organisch laten groeien tot een werkend geheel is mijns inziens erg belangrijk. Een goed boek over flow of het activeren van organische groei is
En nu laat ik mijn baard staan van Leen Zevenbergen.

 

Aanpak

 

Er zijn uiteenlopende manieren om met en onder architectuur te werken. Veel bedrijven maken gebruik van eigen methoden, ICT dienstverleners hebben vaak eigen methode (Zachman, DYA, IAF, March) en er zijn een aantal standaard methoden (IEEE 1471, TOGAF, Archimate, xAF). Sommige methoden geven vooraf houvast voor de architectuurproducten (bijv. Zachman), sommige juist meer voor het architectuur proces (bijv. DYA). Zoals Jaap van Rees lang geleden al aangaf: de methode doet het niet (alleen). Architectuur draait om (in)zichten van mensen. Het gaat deels om inspiratie, maar zeker ook om transpiratie.

Architectuur draait verder om discipline, transparantie en professionaliteit. Discipline in het afbakenen en werken volgens richtlijnen, transparantie in metingen en meningen en professionaliteit in het uitwerken van de verschillende architectuurproducten.  

 

Holistische en scenario gebaseerde architectuur aanpak

 

Een aanpak die binnen de ICT nog weinig wordt gebruikt is de holistische aanpak waarin uiteenlopende invalshoeken gecombineerd worden, vaak gebundeld in een of meer scenario's. In andere architectuur gebieden zien we deze aanpak wel steeds meer. Voorbeelden hiervan zijn de bouw van bedrijfsgebouwen en de ruimtelijke ordening. Door verschillende invalshoeken en scenario's parallel uit te werken worden patronen en verbanden beter inzichtelijk en wordt het nemen van beslissingen daardoor eenvoudiger. Binnen de ICT wordt meestal nog volstaan met het uitwerken van een scenario vanuit de ICT invalshoek. Over het resultaat is vaak verschil van inzicht zonder dat de onderliggende verschillen in visie duidelijk naar boven komen. Het zou beter zijn deze verschillende inzichten uit te werken in verschillende scenario's. Deze investering in het ontwerp zal zichzelf eenvoudig terug verdienen tijdens de realisatie.  En in wezen kunnen we alleen dan spreken van een zogenaamde enterprise architectuur. Tapscott heeft dit in 1979 al aangegeven door de term "geintegreerde organisatie" in zijn boek The New Promise of Information Technology.

Klik hier voor meer informatie over onze methode.

 

De architect en de manager
 

In de praktijk is de kloof tussen de manager en de enterprise/informatiearchitect vaak groot. Beide rollen hebben een verschillend perspectief of wat goed is voor een organisatie. Omdat het uiteindelijke doel hetzelfde is zouden beide rollen er goed aan doen actief te werken aan het dichten van deze kloof. Opvallend daarbij is wel dat er op het terrein van informatie en communicatie technologie mensen zijn die architect genoemd (willen) worden, maar dat dit binnen andere disciplines vrijwel niet voorkomt. Waarom geen financieel architect, personeelsarchitect, huisvestingsarchitect, procesarchitect etc.. De nadruk die hiermee komt te liggen op ICT zorgt voor weerstand en onduidelijkheid. Architectuur gaat over gehelen en niet over onderdelen of aspecten. Een architect vanuit welke discipline dan ook is genoodzaakt ook andere disciplines in de beschouwingen mee te nemen. Architectuur en management liggen daardoor dicht tegen elkaar aan. Om te voorkomen dat architect en manager daarbij op elkaars stoel gaan zitten is een goede samenwerking essentieel. 

 

Multidisciplinaire architectuur teams

 

Ik geef de voorkeur aan multidisciplinaire architectuur teams. Hierin vertegenwoordigen verschillende mensen hun eigen discipline en identiteit. Samen zijn zij verantwoordelijk voor het totale architectuur proces en de binnen dit proces gemaakte producten. De combinatie van verschillende invalshoeken moet leiden tot een collectief hoger niveau. Een van de mensen van dit team kan als meewerkend voorman of lead architect optreden. Voorkomen moet worden dat 1 mens de wijsheid in pacht moet hebben. Was dat al mogelijk dan zou het meestal toch niet worden geaccepteerd.


 

 


Creativiteit van de architect


Ervaren, weergeven, vormen en hervormen. Dit geeft duidelijk aan dat ik het werken met architectuur zie als een creatief proces. Auteurs als Alexander en De Botton geven ook duidelijk aan dat architectuur in de bouw wereld meer is dan een mechanistisch proces en product. Essentie, identiteit, leven, waarden, schoonheid zijn sleutelwoorden. Binnen de ICT wordt nog te veel gewerkt met niet aansprekende en statische modellen. De vertaalslag van de ideeen van de architect naar de opdrachtgever wordt hierdoor erg lastig. Het is daarom belangrijk met de belanghebbenden af te stemmen door middel van welke modellen zij inzicht in de ontwerpen willen verkrijgen. Een informatiearchitect zal daarom veel aandacht moeten besteden aan creativiteit.

 

 

Technische kennis van de architect


Vaak wordt gedacht dat architecten weinig of geen technische kennis hoeven te hebben. Om gedetailleerde ontwerpen te kunnen maken en beoordelen en om de realisatie van deze ontwerpen door uiteenlopende partijen te kunnen sturen is zondermeer actuele kennis van de relevante technische gebieden nodig. De vereiste combinatie van overzicht, creativiteit en technische kennis legt de lat hoog voor enterprise/informatiearchitecten. 

 

 

Dit stuk is bedoeld ter discussie. Wanneer u hier ideeen of opmerkingen over heeft, dan hoor ik dit graag van u: info@dekkermorsink.nl
Overnemen van tekst alleen na toestemming.

2009 Dekker, Morsink & Partners