|
|
|
|
Theorie
Door: Bert Morsink Wat is architectuur? Architectuur is:
de objectieve essentie van een object in haar context; Hierin:
Hebben object en context hebben een dynamische verhouding tot
elkaar. Dit kan gezien worden als een uitbreiding
op de definitie van IEEE 1471, gecombineerd met ideeen van onder andere
Christopher Alexander. Alexander heeft een uitstekende poging gedaan objectieve
essentie te beschrijven in zijn boekenserie The nature of order. Een aanrader!
vormen een generieke indeling die we in allerlei vakgebieden tegenkomen: vijf basisthema's in de psychologie, vijf kleuren in verandermanagement van De Caluwe, vijf organisatietypen van Mintzberg in de organisatiekunde etc.. Deze indelingen zijn grotendeels terug te voeren op de vijf architectuur aspecten.
Wat is informatiearchitectuur?
Object kan worden vervangen door systeem. Deze term wordt meer
gebruikt binnen ICT, maar in wezen is er nauwelijks verschil. Daaruit volgt: Informatiearchitectuur is:
de objectieve essentie van het informatie systeem van een organisatie in haar
omgeving; In wezen is de term informatiearchitectuur
niet correct, maar een inkorting van informatiesysteem -, informatievoorzienings
- of informatiekundige architectuur. Informatievoorzieningsarchitectuur wordt
bijvoorbeeld gebruikt door
Boterenbrood
e.a.. Ik geef zelf licht de voorkeur aan informatiesysteemarchitectuur,
waarbij systeem ruim opgevat moet worden als alles wat te maken heeft met
informatie binnen en buiten een organisatie. Door een
volledige term te gebruiken wordt ook duidelijker dat zowel informatie als
informatietechnologie worden omvat. In de praktijk worden deze architecturen nog
wel eens los van elkaar uitgewerkt. Wat is werken onder en met architectuur? Alles heeft dus architectuur. We kunnen net zo goed spreken van de architectuur van een stoel als die van een gebouw of informatiesysteem. Het verschil tussen de begrippen architectuur en ontwerpen zit hem met name in het al dan niet beschouwen van het geheel en andere objecten binnen dat geheel. Bij ontwerpen wordt het object of systeem zelf bekeken. Bij architectuur wordt zowel het object als het object in de context als de wisselwerking met andere objecten bekeken. We hebben het dus over de architectuur van de stoel, het gebouw of het informatiesysteem wanneer de wisselwerking met de omgeving en andere objecten in die omgeving ook meegenomen wordt. Binnen de ICT zien we dat bij het beschouwen van de architectuur van het informatiesysteem vaak wel gekeken wordt naar de wisselwerking van met de omgeving (vaak met een verwarrende term business genoemd), maar de wisselwerking met andere systemen binnen die omgeving wordt vaak buiten beschouwing gelaten. Strikt genomen zouden we dan in veel gevallen niet moeten spreken van architectuur, maar van ontwerpen. In wezen is dat in de bouwwereld niet anders.
Informatiearchitectuur raamwerken
en aspectsystemen C Commercie Persoonlijk vind ik dit een wat ongelijksoortige indeling. Een minder uitgebreide maar zeker niet minder doeltreffende indeling is die in de kapitaalgoederen van een organisatie:
Input/output:
Context
Processen We moeten in principe alle 9 hoofdaspecten
beschouwen wanneer we de architectuur van een organisatie beschouwen. Alleen dan
kunnen we iets zeggen over het systeem als geheel, en kunnen we spreken van een
zogenaamde enterprise architectuur. Er wordt nog erg weinig gewerkt met het
combineren van deze uiteenlopende aspecten in een architectuur weergave, en (enterprise)
architectuur wordt nog te vaak beschouwd als een ICT aangelegenheid. We krijgen dus de volgende abstractielagen:
De hoofdaspecten zijn een onderverdeling van de constructie van een organisatie. De matrices van veel architectuur raamwerken zorgen door hun twee dimensionale opzet met de aspectsystemen op een as voor een nadruk op de opdeling in aspectsystemen en de IT gerelateerde aspecten. Een multidimensionale opzet past beter bij de complexiteit van de materie. Zie ook onze AHA methode. Organisatieonderdelen (subsystemen) en identiteiten Omdat de verschillende onderdelen van een organisatie vaak niet strikt te scheiden zijn is het beter te spreken van identiteiten. Een organisatie bestaat uit verschillende identiteiten die naast en door elkaar bestaan, elk weer te beschouwen als systeem met hun eigen essentie en architectuur. Identiteiten kunnen op elkaar inwerken en weer nieuwe identiteiten vormen. Een identiteit kan worden gezien als een toepassing van het concept 'center' van Alexander op organisaties en mensen, en systeem een meer wiskunde benaming van zijn concept 'whole'. Met deze verruiming zijn de concepten van Alexander ook bruikbaar voor organisaties en digitale werelden. Jaap van Rees gebruikt voor de wholes binnen het informatiesysteem de term informatieruimten.
Patronen
Binnen de software ontwikkeling wordt al geruime tijd gebruik gemaakt van
zogenaamde design patterns. Een patroon vormt een classificatie of richtlijn en
mag nooit doel op zich worden.
Architectuur, van
niets naar alles en terug
Waarom en wanneer
architectuur? Er wordt in de ICT wereld veel over architectuur gesproken en geschreven. Daardoor ontstaan enigszins overspannen verwachtingen die niet waargemaakt kunnen worden. Dat leidt uiteindelijk tot imagoverlies van architectuur en architecten. Binnen organisaties hebben we te maken met een continue stroom van verbeteringen en veranderingen. Verbetering zijn meer oppervlakkig, veranderingen meer structureel van aard. Verbeteringen voltrekken zich meestal organisch. Werken met en onder architectuur kan een meerwaarde hebben wanneer op dit gebied al een voldoende niveau binnen een organisatie is bereikt. Meer structurele veranderingen vragen echter om een iets andere aanpak. Het organisch proces volstaat vaak niet volledig. Er zijn zorgvuldig gedoseerde structuur interventies nodig. Om te kunnen bepalen welke interventies nodig zijn en de effecten ervan te kunnen meten is een inzicht nodig dat de dagelijkse operatie overstijgt. Om dit inzicht te verkrijgen zal op een of andere wijze met architectuur en (in)zichten worden gewerkt. Soms expliciet en in alle delen van de organisatie, soms impliciet en alleen binnen het topmanagement. Architectuur zorgt in wezen voor het expliciet en daardoor bespreekbaar maken van de inzichten die nodig zijn om bepaalde keuzes te kunnen doen. Boterenbrood noemt het een scharnierfunctie.
Verder signaleren we
als algemene trend in de wereld(economie) de steeds verdergaande ontwikkeling
van het individu en netwerken van individuen in de globale wereld. Een goed boek
over dit onderwerp is
The world is flat van Thomas Friedman. Oorzaak, gevolg,
tijd en plaats doen steeds minder ter zake. De continue hoge snelheid wordt
steeds minder voelbaar, fluctuaties des te beter. In wezen hebben we te maken
met een soort nieuwe relativiteit (denk aan Einstein), waarbij:
Waar Treacy &
Wiersema nog spraken van 3 kernstrategieen van organisaties (kostenleider,
productleider, klantintimiteit) zien we dat bedrijven steeds meer heel bewust
deze strategieen moeten varieren over product/marktcombinaties. Zo komt het
steeds meer voor dat producten in een aantal verschillende varianten worden
aangeboden: standaard, trendy, op maat etc.. De klant kan dus zelf kiezen hoe
diep de relatie met de leverancier gaat, en letterlijk alles heeft zijn prijs.
Langzaam maar
ontwikkeld zich een globale afhankelijkheid en zullen fluctuaties op lokaal
niveau elkaar gaan beinvloeden. Daardoor neemt de kans op zowel balans als
onbalans toe. Gebeurtenissen die een groot deel van de
wereld raken of de angst daarvoor kunnen snel voor een globale kettingreactie
zorgen. Denk bijvoorbeeld aan de aanslagen op 11 september. Grote verschillen in rente, economische groei,
ontwikkeling etc.. zullen steeds van tijdelijke aard zijn. De wetten van de
remmende voorsprong en de stimulerende achterstand zullen weer relatief snel voor een globale
balans zorgen. Een voorbeeld daarvan is de actuele financiele crisis.
Thijs Homan concludeert in zijn boek over organisatiedynamica dat veranderingen elkaar snel zullen blijven opvolgen. Zijn inleiding heet ook heel treffend: En bij welke reorganisatie werk jij? Hij geeft ook duidelijk aan dat het verbinden van strategie en uitvoering van groot belang is. Bruikbaar voor het werken met architectuur is verder zijn opdeling van veranderingen in twee dimensies:
Het nut en belang van architectuur hangt af van deze dimensies van de verandering. Tenslotte beschrijft Homan architecturen voor emergentie:
Eigenschappen van 'goede
architectuur' Welke eigenschappen kenmerken nu een 'goede' architectuur, voor zover dit kwalificeerbaar is? Alexander heeft een lijst van vijftien 'properties of nature' opgesteld:
Binnen de ICT zien we de sterke neiging tot een focus op slechts enkele van deze eigenschappen. Good shape, gradients, simplicity and inner calm en non-seperateness worden vaak tot doelstelling verheven. De vijftien eigenschappen samen beschrijven vaak veel beter de ervaring van de werkelijkheid op het gebied van ICT. De eigenschappen van Alexander zijn dus zeker bruikbaar binnen de ICT.
Er zijn uiteenlopende manieren om met en onder architectuur te werken. Veel bedrijven maken gebruik van eigen methoden, ICT dienstverleners hebben vaak eigen methode (Zachman, DYA, IAF, March) en er zijn een aantal standaard methoden (IEEE 1471, TOGAF, Archimate, xAF). Sommige methoden geven vooraf houvast voor de architectuurproducten (bijv. Zachman), sommige juist meer voor het architectuur proces (bijv. DYA). Zoals Jaap van Rees lang geleden al aangaf: de methode doet het niet (alleen). Architectuur draait om (in)zichten van mensen. Het gaat deels om inspiratie, maar zeker ook om transpiratie. Architectuur draait verder om discipline, transparantie en professionaliteit. Discipline in het afbakenen en werken volgens richtlijnen, transparantie in metingen en meningen en professionaliteit in het uitwerken van de verschillende architectuurproducten.
Holistische en scenario gebaseerde architectuur aanpak
Een aanpak die
binnen de ICT nog weinig wordt gebruikt is de holistische aanpak waarin
uiteenlopende invalshoeken gecombineerd worden, vaak gebundeld in een of meer
scenario's.
In andere architectuur gebieden zien we deze aanpak wel steeds meer. Voorbeelden
hiervan zijn de bouw van bedrijfsgebouwen en de ruimtelijke ordening. Door
verschillende invalshoeken en scenario's parallel uit te werken worden patronen en verbanden
beter inzichtelijk en wordt het nemen van beslissingen daardoor eenvoudiger.
Binnen de ICT wordt meestal nog volstaan met het uitwerken van een scenario
vanuit de ICT invalshoek.
Over het resultaat is vaak verschil van inzicht zonder dat de onderliggende
verschillen in visie duidelijk naar boven komen. Het zou beter zijn deze verschillende
inzichten uit te werken in verschillende scenario's. Deze investering in het
ontwerp zal zichzelf eenvoudig terug verdienen tijdens de realisatie. En
in wezen kunnen we alleen dan spreken van een zogenaamde enterprise
architectuur. Tapscott heeft dit in 1979 al aangegeven door de term
"geintegreerde organisatie" in zijn boek The New Promise of Information
Technology.
In de praktijk is de kloof tussen de manager en de enterprise/informatiearchitect vaak groot. Beide rollen hebben een verschillend perspectief of wat goed is voor een organisatie. Omdat het uiteindelijke doel hetzelfde is zouden beide rollen er goed aan doen actief te werken aan het dichten van deze kloof. Opvallend daarbij is wel dat er op het terrein van informatie en communicatie technologie mensen zijn die architect genoemd (willen) worden, maar dat dit binnen andere disciplines vrijwel niet voorkomt. Waarom geen financieel architect, personeelsarchitect, huisvestingsarchitect, procesarchitect etc.. De nadruk die hiermee komt te liggen op ICT zorgt voor weerstand en onduidelijkheid. Architectuur gaat over gehelen en niet over onderdelen of aspecten. Een architect vanuit welke discipline dan ook is genoodzaakt ook andere disciplines in de beschouwingen mee te nemen. Architectuur en management liggen daardoor dicht tegen elkaar aan. Om te voorkomen dat architect en manager daarbij op elkaars stoel gaan zitten is een goede samenwerking essentieel.
Multidisciplinaire architectuur teams
Ik geef de voorkeur aan multidisciplinaire architectuur teams. Hierin vertegenwoordigen verschillende mensen hun eigen discipline en identiteit. Samen zijn zij verantwoordelijk voor het totale architectuur proces en de binnen dit proces gemaakte producten. De combinatie van verschillende invalshoeken moet leiden tot een collectief hoger niveau. Een van de mensen van dit team kan als meewerkend voorman of lead architect optreden. Voorkomen moet worden dat 1 mens de wijsheid in pacht moet hebben. Was dat al mogelijk dan zou het meestal toch niet worden geaccepteerd.
Technische kennis van de architect
Dit stuk is bedoeld ter discussie.
Wanneer u hier ideeen of opmerkingen over
heeft, dan hoor ik dit graag van u:
info@dekkermorsink.nl
|